IEXGeld

Dossiers

Profiel

"Hoge kosten verkleinen de kans op goede prestaties"

In zijn werk als fondsanalist probeert Jeffrey Schumacher van Morningstar kansrijke beleggingsfondsen voor het voetlicht te brengen. Maar, zegt hij in een column op Belegger.nl: "We kunnen de analyse uiteraard ook omdraaien en beleggers handvatten geven voor het signaleren van potentiële rode vlaggen."

Kortom, hoe herken je een fonds waar je beter afscheid van kunt nemen? Volgens Schumacher zijn er drie zaken om bij stil te staan: hoge kosten, het fenomeen style-drift en het belang van een ervaren en stabiel beleggingsteam. In zijn column gaat hij specifiek in op de kosten.

Lees ook: Zo krijg je inzicht in het risico van een belegging

Hoge lopende kosten

"De eerste rode vlag die we signaleren bij een beleggingsfonds heeft te maken met de hoogte van de lopende kosten die in rekening worden gebracht," schrijft Schumacher. Beleggen is omgeven met veel onzekere factoren, maar de enige factor die van tevoren vast staat is de hoogte van de lopende kosten. "Deze kosten komen direct ten laste van het bruto beleggingsresultaat. Des te hoger de kosten, des te hoger de horde die genomen moet worden om voor de eindbelegger waarde toe te voegen."

Schumacher vertelt dat het soms lastig is om aan te geven wat dan een redelijke vergoeding is, maar een fonds dat duidelijk duurder is dan vergelijkbare fondsen, stelt zichzelf voor een zware taak om outperformance te realiseren.

Hij haalt een recent onderzoek in de Financial Analyst Journal aan over de prestaties van wereldwijde aandelenfondsen. Het liet zien dat het gemiddelde onderzochte fonds over de periode 2002-2012 vóór kosten een outperformance van 1,2 - 1,4% behaalde. "Dat geeft dus een indicatie waar een grens voor vergoedingen zou moeten liggen om ervoor te zorgen dat de gerealiseerde outperformance grotendeels bij beleggers terechtkomt in plaats van bij de fondshuizen."

Overigens heeft Morningstar al diverse malen het belang van lage kosten aangetoond als indicator voor goed presterende fondsen. Dat betekent niet dat een fonds dat bovengemiddelde kosten rekent geen kans op het realiseren van outperformance heeft, maar het maakt het zichzelf wel lastiger om waarde toe te voegen.

Lees ook: Zo vergelijk je de kosten van vermogensbeheerders

Performance fee

Er zijn naast de hoge lopende kosten ook andere kostencomponenten die fondsen minder aantrekkelijk kunnen maken, weet Schumacher. "Sommige fondsen hanteren bijvoorbeeld een performance fee. Deze vergoeding komt bovenop de lopende kosten indien de prestaties van het fonds beter zijn dan een vooraf vastgestelde maatstaf."

Bij een positief verschil tussen het fondsrendement en de prestatiedoelstelling treedt de prestatievergoeding in werking, vaak een percentage van 10-20% over het rendement boven het doelrendement.

Schumacher: "Die prestatiedrempel is van groot belang en kan het verschil maken tussen een prestatievergoeding die in het belang van de klant is gestructureerd of niet. Zo moet er een relatieve prestatiemeting zijn tegenover een passende benchmark, in plaats van een absolute rendementseis (uitgezonderd absolute return-fondsen)."

Een fonds kan bijvoorbeeld 10% rendement behalen waarmee het zijn vooraf vastgestelde rendementseis van bijvoorbeeld 8% overtreft en op basis daarvan over 2% extra rendement (10-8% doelstelling) een prestatievergoeding berekenen, maar als zijn best passende benchmark 20% rendement heeft behaald, dan heeft het fonds eigenlijk helemaal niet zo goed gepresteerd, aldus Schumacher.

Naast het belang van een passende, relatieve benchmark moet een prestatievergoeding in de ogen van Morningstar een schappelijk percentage bedragen en gecombineerd zijn met een lage lopendekostenfactor, een oneindig geldende high watermark (de fondskoers moet een historisch hoogtepunt hebben bereikt voordat er prestatievergoeding gerekend mag worden) en berekend worden over een horizon van tenminste één jaar.

Lees ook: Hoe moet de beheerder van een beleggingsfonds worden beloond?

Transactiekosten

Een laatste kostenpost die niet onderschat mag worden, maar geen onderdeel vormt van de lopende kosten, zijn de transactiekosten die een fonds maakt als gevolg van het aan- en verkopen van posities in het fonds. "Des te hoger de omloopsnelheid in een portefeuille, des te hoger de transactiekosten die ten laste gaan van het fondsresultaat," schrijft Schumacher.

Het is maar de vraag of dat vele handelen per saldo wat oplevert. Wat je zeker weet, stelt Schumacher, is dat de broker die de orders uitvoert er goed aan zal verdienen. Een hoge omloopsnelheid kan daarom het potentieel van een fonds beperken.

Een zorgvuldige afweging

Kosten manifesteren zich dus op verschillende manieren binnen een beleggingsfonds, maar het effect is eenduidig: hoge kosten, direct of indirect, verkleinen de kans op goede prestaties.

Een fonds dat zich in negatieve zin onderscheidt op basis van zijn kostprijs vraagt extra aandacht van beleggers en vereist een zorgvuldige afweging of de kostprijs wel in relatie staat tot de verwachte prestaties, concludeert Schumacher. "Want hoe laag de kosten misschien ook lijken, ze knabbelen ongemerkt aan het rendement dat beleggers toekomt."

Lees ook: Ga je beleggen, let dan op de kosten

Gerelateerde Tools

Reacties

Er is nog niet gereageerd.

Lees ook:

Deze 3 regels beschermen je tegen een volgende beurscrash

Blijf beleggen, maar alleen met geld dat je kunt missen. Lees verder ›