IEXGeld

Dossiers

Profiel

Zelf sparen voor later: een beleggingsportefeuille in 9 stappen

"Hallo, ik wil gaan beleggen. Welke aandelen moet ik kopen?" Geloof het of niet, maar deze en vergelijkbare vragen worden dagelijks aan de Bekende Beleggers van ons land gesteld. Ga je gang als je brokken wilt maken, maar echt beleggen doe je met Een Plan. Een goed doortimmerd plan zelfs, want met je geld ga je niet lopen dollen.

Een goed beleggingsplan kent minimaal de volgende punten:

  • Doel
  • Horizon
  • Risico
  • Dividend/rente
  • Invulling
  • Kosten
  • Rendement

Het mooie aan dit rijtje is dat je op het laatste puntje na bijna alles van tevoren kunt invullen. Maar zover zijn we nog niet. Voor je aan het plan toekomt moet je eerst een paar andere belangrijke stappen door.

1. Is zelf beleggen iets voor jou?

Lang niet iedereen is ervoor in de wieg gelegd om zelf een beleggingsportefeuille te beheren. Het is ook geen schande als je dat niet bent; liever bijtijds een expert inhuren dan te laat constateren dat beleggen toch niet je ding is.

Als je voor de studie van je kinderen, een eigen huis, je pensioen of belegt om wat meer rendement te maken dan met sparen, dan moet je jezelf een paar kritische vragen stellen:

  • Verdraag ik verlies? Natuurlijk, je belegt op lange termijn. Als je echter na een week al wakker ligt van 1% koersverlies, dan moet je je afvragen of je jezelf dit aan moet doen
  • Verdraag ik véél verlies? Je hebt een dijk van een beleggingsplan, je kosten en risico’s precies berekend en uitgetekend en je weet wat je ongeveer na tien, twintig of veertig jaar aan rendement kan verwachten. Probeer bij jezelf na te gaan hoe sterk je in je schoenen staat als na vijf jaar je portfolio op bijvoorbeeld -40% staat.
  • Hoe ga ik om met winst? Hier geldt precies het tegenovergestelde. Wees eerlijk: hoe ga je met je portfolio om als de rendementen na een paar jaar tot in de hemel rijken? Gooi je dan gelijk maar al je spaargeld in de strijd, de spaarpotjes van je kinderen en vooruit ook nog even een leninkje om ook dat te beleggen? Ook dan moet je je afvragen of de beurs wel iets voor je is.     

Twijfel? Deze test geeft een aardige indruk. Als het percentage “zelf” in het antwoord te laag is, vraag je dan serieus af of je niet beter hulp kunt inroepen.

2. Leer de basisbeginselen van beleggen

Nee, je hoeft echt geen beleggingsexpert te zijn om het zelf te doen, maar je moet natuurlijk niet volledig in het duister tasten. Dus zorg dat je de basisbeginselen van beleggen enigszins onder de knie hebt. Er is niets engs of geheimzinnigs aan, maar wie niet weet wat er te koop is en wat die beleggingen grofweg aan potentieel of risico in zich dragen maakt het zichzelf onnodig moeilijk.

3. Oefen!

Open een beleggingsrekening bij een broker (je kunt er hier een vinden), stort een klein bedrag en koop gewoon eens wat aandelen. Dat klinkt behoorlijk lukraak, maar er is gewoon geen betere leerschool dan de praktijk. Voor je daadwerkelijk je hele toekomst in de handen van de markt geeft moet je gevoeld hebben hoe het is om te winnen en te verliezen met je eigen geld.

En hoe je visie soms bestand moet zijn tegen flinke ups en downs. En dat je visie ook gewoon de verkeerde kan zijn. Je kunt veel leren uit een boekje, maar nederigheid en zelfrelativering leer je alleen in de praktijk.

4. Bepaal een doel

Beleg je voor de studie van je pasgeboren kind over achttien jaar, begin je (waarom niet?) nu al een pensioenportfolio voor hem of haar over zeventig jaar, gaat het om je eigen pensioen over dertig jaar of die vakantiewoning over vijf jaar?

Kortom: wat wil je bereiken – probeer tot een concreet geldbedrag te komen – en hoe lang heb je om dat te bereiken? Overigens kan "voor de lol" ook een prima antwoord zijn op de doelvraag. Je kunt het tenslotte ook gewoon leuk vinden om met een beperkt deel van je vermogen op de beurs te spelen.

In dat geval hoef je je minder aan te trekken van de hiernavolgende serieuze kwesties in dit stappenplan, zolang het maar over 'speelgeld' gaat en niet over je hele financiele toekomst.

5. Bepaal welk risico je wilt lopen

Hoe zeker wil je zijn dat je op de afloopdatum echt over het bedrag beschikt wat je in gedachten hebt? Als je een erfenis of ander geldbedrag wilt stallen om er later iets mee te kunnen doen wil je waarschijnlijk vooral dat het niet minder waard wordt, maar zodra het gaat om doelen waar je méér vermogen voor nodig hebt dan je nu bezit, zul je het geld moeten laten groeien.

Hoe hoger het benodigde rendement daarvoor, hoe meer risico je zult moeten toelaten in je beleggingsportefeuille.

Mocht je je heel ongemakkelijk voelen bij hoge risico’s, maar ze toch nodig hebben om je doelen mee te behalen, dan wordt het misschien tijd om die doelen eens te heroverwegen. Kun je ook met minder toe? Of kun je er misschien wat langer over doen?

Deze calculator geeft een inzicht in het benodigde rendement wat je bij bepaalde doelen nodig hebt – hoe hoger het rendement, hoe hoger het bijbehorende risico.

Wat betekent risico voor je portefeuille? Voor 100% in aandelen belegd zijn geldt als hoogste risico en 100% in obligaties en spaargeld als laagste. Iedere belegger werkt met een tussenvorm naar gelang horizon, looptijd, leeftijd en risicoperceptie.

In dit artikel vind je een indicatie van de langetermijnredementen van aandelen, obligaties en spaargeld. Het rendement op obligaties en spaargeld is lager, maar zekerder; dat op aandelen is hoger, maar grilliger.

6. Wil je er inkomen uit halen?

Voor je een definitieve invulling van je portefeuille gaat maken dien je nog een belangrijke vraag te beantwoorden: beleg je puur voor de groei van je vermogen of wil je juist een jaarlijkse inkomensstroom uit je vermogen halen?

In dat laatste geval doe je er goed aan om je beleggingen daarop aan te passen: obligaties keren ieder jaar rente uit en degelijke, winstgevende bedrijven keren dividend uit aan hun aandeelhouders. Een goedgekozen portefeuille van obligaties en dividendaandelen kan dus voor een mooi (extra) inkomen zorgen.

Als het je puur om de instandhouding en/of groei van het vermogen gaat is dat inkomen minder relevant en stel je een portefeuille primair samen op basis van risicoprofiel en verwacht rendement. (En ook in dat soort portefeuilles leveren dividend en rente trouwens een waardevolle, nee cruciale, bijdrage.)

7. Eindelijk: kopen!

Zo, en dan nu daadwerkelijk dingen kopen. Maar wat. Aandelen? Aandelenfondsen? Indextrackers? Open bij uw bank of een beursboutique – broker heet dat in jargon – een beleggingsrekening en u kunt kopen wat u maar wilt. De wereld ligt aan uw voeten!

En nu opgepast, want hier gaat het vaak mis. Voor je het weet gaan in de snoepwinkel die beurs heet alle stappen die u hiervoor hebt gezet overboord. We lezen iets goeds over Fonds A: kopen. Fonds B doet iets in een hippe opkomende markt: ook kopen, voor de toekomst. Aandeel X wordt misschien wel overgenomen, zeggen ze op de radio: kopen!

Enfin, voor je het weet zit je met een portefeuille vol losse ideetjes, met kop noch staart, die niets meer te maken heeft met de doelen, risico’s en plannen waar je zo goed over hebt nagedacht.

Als het goed is ben je in stap 5 en 6 tot een grove verdeling gekomen: meer obligaties voor defensief, meer aandelen voor offensief. Houd je daaraan! Je kunt beide afdelingen op verschillende manieren invullen, maar houd je aan die verdeling – die in vakjargon ook wel asset mix wordt genoemd.

Of je binnen de categorie aandelen voor losse aandelen, aandelenbeleggingsfondsen of indextrackers kiest is niet zo belangrijk. Hetzelfde geldt voor obligaties, met dien verstande dat we het dan hebben over staatsobligaties. Er zijn ook obligaties van minder solide partijen te koop; die kunnen ook interessant zijn als belegging, maar hebben wel een to-taal ander risicoprofiel.

Als je helemaal van het gedoe af wilt zijn kies je een of meer ‘mixfondsen’ met dezelfde verdeling aandelen-obligaties die je zelf in gedachten had. Doe wel je research! Het ene fonds is het andere niet en zorg dat je niet teveel kosten betaalt.

8. Koop gespreid

Als je belegt voor de lange termijn, vermijd dan vooral de fout die je voorgangers rond 1998-2000 maakten. Massaal kwamen ze naar de beurs, kieperden in één keer al hun geld er in… en haakten een paar jaar later gedesillusioneerd en berooid af.

Zij probeerden de markt te timen, ofwel een mooi instapmoment te vinden wanneer de koersen alleen nog maar konden stijgen. Not…

Perfecte instapmomenten bestaan niet. Ja, achteraf, maar daar heb je nu niets meer aan. Het beste is om gespreid aan te kopen. Hoe gespreid hangt een beetje af van je horizon en hoeveel je ineens wil wegzetten – en hoeveel risico je neemt. Je vermijdt op die manier onnodige frustraties bij koersdalingen.

9. Hou het in de gaten, maar wel met mate

Het is een groot misverstand om te denken dat als je belegt je per definitie eerst een studie moet volgen en vervolgens dag in dag met je neus op de AEX en het beursnieuws moet zitten. Welnee, laat het lekker gaan en check vooral niet te vaak. Dat voorkomt paniek en onnodige noodreparaties.

Maar! Als de krant lange tijd vol staat met slecht nieuws en koersdalingen hebben veel mensen de onbewuste reflex om vooral niet meer te willen weten hoe ze er voor staan. Dat is ook verkeerd. Zet het anders gewoon in een agenda: eens per half jaar, per kwartaal of – zo je wilt – per maand een portefeuillecheck is prima.

Echt passieve beleggers met een langetermijnhorizon kunnen in principe volstaan met één keer per jaar naar hun portfolio kijken. Even herwegen (wat dat is leggen we elders op IEXGeld uit) en de belastingopgave doen. Klaar.


Aan de slag als belegger? Hier begin je!

Volgende keer verder gaan?

Sla je voortgang op en onthoud waar je gebleven bent.

Of

Maak een gratis account aan Ben je al lid? Log in

Gerelateerde Tools

Reacties

Er is nog niet gereageerd.

Lees ook:

10 zaken die je moet weten over marktcorrecties

Na tien jaar lijkt de opmars van de beurzen te haperen. De angst voor ee... Lees verder ›