IEXGeld

Dossiers

Profiel

Stappenplan: bereken je pensioentekort

Ja, het gaat over pensioenen, maar je moet toch blijven lezen, want dit is belangrijk. Voor iedereen. Een pensioengat doet geen pijn, tot je er als 67-jarige achterkomt dat je je huis moet verkopen, hobby's moet opgeven of die lang geplande wereldreis op je buik kunt schrijven.

In een paar eenvoudige stappen weet je - op z'n minst grofweg - waar je straks aan toe bent - en of je nu moet ingrijpen. Doe het nu, want later heb je geen recht van klagen meer. 

1. Hoeveel heb je straks nodig?

Ga eerst eens na welk jaarinkomen je straks nodig hebt om na je pensionering een beetje prettig te kunnen leven. In de pensioenwereld is het al sinds jaar en dag gebruikelijk om uit te gaan van 70% van het ‘laatst genoten’ inkomen.

Dan moet je wel een idee hebben hoeveel je vlak voor je pensionering gaat verdienen. Wie weet dat nu al? (Waarschijnlijk niemand, tenzij je nu al op dat punt bent, maar dan begin je wel rijkelijk laat met plannen, als we zo vrij mogen zijn).

Op het moment is het gebruikelijker om uit te gaan van 70% van het gemiddelde inkomen tijdens je werkzame leven. Zo’n gemiddeld inkomen is ook lastig in te schatten, maar afhankelijk van hoe oud je bent doorgaans wel iets beter te doen dan vooruit kijken naar je 66e. 

Als je je inkomensstroom toch te grillig vindt om er iets zinnigs over te zeggen, kijk dan eens naar je uitgavepatroon. Wat wil je na je 65e zeker nog kunnen betalen? Denk dan aan huur of hypotheek, verzekeringen, levensonderhoud, hobby’s, vakanties en dergelijke.

Dat is op zich moeilijker te berekenen dan simpelweg 70% van je inkomen nemen – vergeet bij het optellen van de uitgaven bijvoorbeeld niet om rekening te houden met inflatie en de belastingdruk na je 67e – maar ook dit kan een indicatie geven.

2. Welke rechten heb je nu al opgebouwd?

Eén pijler onder het pensioen is voor iedereen hetzelfde: de AOW. Die bedraagt anno 2014 1.099,84 euro bruto per maand voor alleenstaanden en 760 euro bruto per persoon per maand voor gehuwden en samenwonenden.

Daarnaast kun je nog twee varianten pensioen hebben opgebouwd: een bedrijfspensioen via je werkgever (of de overheid, als je ambtenaar bent) of een zelf opgebouwd aanvullend pensioen. AOW en bedrijfspensioenen geven recht op vooraf vastgelegde pensioenuitkeringen (defined benefit heet dat in pensioenkringen), dus bij deze twee vormen weet je precies waar je op kunt rekenen.

Als je een DigiD bij de hand hebt kun je dat eenvoudig inzien op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar staat exact waar je na je 67e (of eerder, als dat zo geregeld is) recht op hebt.

Heb je ook nog een aanvullend privépensioen? Even geduld, daar komen we in stap 4 aan toe.

3. Wat is het verschil?

Zit er verschil tussen wat je zou willen ontvangen (stap 1) en waar je recht op hebt (stap 2)? Als 2 hoger is dan 1 kun je nu ophouden. Je hebt het prima geregeld en hebt geen aanvullende voorzieningen nodig.

Als het andersom is – en het gat is groot genoeg om je zorgen over te maken – dan wordt het tijd om je met aanvullende voorzieningen bezig te gaan houden.

4. Heb je aanvullende pannetjes op het vuur?

Ga na wat je (eventueel) aan aanvullende pensioenvoorzieningen hebt lopen bij banken of verzekeraars. Dat  kan in de vorm van banksparen zijn, beleggingsrekeningen, lijfrentepolissen en dergelijke.

Bankspaar- en lijfrenteregelingen hebben een vast eindpunt, waarna er wordt uitgekeerd wat er is opgebouwd. Aan een privé-spaar- of beleggingsrekening die je voor je oudedag wilt gebruiken is doorgaans wel tussentijds te komen.

Dus reken zo’n vermogen alleen mee als je zeker weet dat je die appeltjes voor de dorst met rust zult laten tot je stopt met werken.

5. Wat gaan die aanvullende regelingen nog opleveren?

Bij aanvullende privéspaarpotjes krijg je niet, zoals bij collectieve pensioenen, een “gegarandeerd” jaarsalaris na je pensionering. Bij banksparen en lijfrentes geeft je aanbieder wel in een jaarlijks (of vaker) overzicht aan welk eindbedrag je ongeveer kunt verwachten volgens een aantal scenario’s.  

Tussen die scenario’s (van optimistisch tot pessimistisch) kunnen grote verschillen zitten; kies daarom zelf uit wat je het meest realistisch lijkt. Let op: reken je niet rijk! Niets zo verleidelijk als gewoon maar uitgaan van het beste scenario, dus dwing jezelf om conservatief te begroten.

Als je eigen spaar- of beleggingspotjes hebt die niet in zo’n speciale oudedagregeling vallen moet je zelf inschatten wat de eindstand ongeveer  zal zijn.  Ook hier geldt: reken je niet rijk.  Kijk bijvoorbeeld hier voor lange termijnrendementen op beleggingen en spaargeld.

6. Hoe oud word ik?

Nu je (bij benadering) weet welk aanvullend vermogen er beschikbaar is op je pensioendatum, moet je nog berekenen wat dat voor jaarinkomen oplevert.

Daarvoor moet je allereerst een inschatting maken hoeveel jaar je dat inkomen nodig gaat hebben. Oftewel: hoe lang leef je nog? Voor een indruk van de gemiddelde levenverwachting voor iemand van jouw leeftijd kun je hier terecht.

Bereken: Wat is de levensverwachting voor iemand van jouw leeftijd?

Deel het vermogen van stap 5 door het aantal verwachte levensjaren (of ietsje meer, om aan de veilige kant te zitten): dat is wat er jaarlijks te besteden is. Eigenlijk is er meer beschikbaar, want je ontvangt natuurlijk ook gewoon rente over je geld terwijl je het langzaam op maakt, maar dat beschouwen we maar als noodfonds voor als je gelukkig genoeg bent om veel langer door te leven. 

7. Dit is uw gat

Is het jaarlijkse inkomen uit stap 6 groot genoeg om het gat van stap 3 te vullen? Mooi, dan heb je geen pensioentekort. Of nou ja, nóg geen pensioentekort, want er kan nog van alles gebeuren, natuurlijk. De AOW kan worden gekort, net als de bedrijfspensioenen en beleggingen kunnen tegenvallen. Hou het dus in de gaten!

Blijft er wel een aanzienlijk gat over, dan moet je echt aan de slag. Gelukkig is dat goed te doen, zeker als je er opt ijd aan begint.

Check ook: Stappenplan: vul je pensioen aan in zes stappen

Volgende keer verder gaan?

Sla je voortgang op en onthoud waar je gebleven bent.

Of

Maak een gratis account aan Ben je al lid? Log in

Gerelateerde Tools

Reacties

1 Reactie Omlaag ↓

Aantal posts per pagina:  20 50 100

  1. Henk30 13 mei 2017 om 10:46 0
    Goed om een eerste indruk te krijgen, de details zijn echter wel ingewikkelder:
    Bijv: Is het pensioen waardevast of wordt het opgegeten door de inflatie? AOW zou enigzins waaardevast moeten zijn, de rest val al die pensioenen meestal niet.
    Extra inbetalen in pensioen is meestal ongunstig omdat het later bij uitkering belast wordt - en wel ook over dat deel dat anders als belastinvrij vermogensgroei en na afrek van box 3 verlies van de rente en dividenten overblijft. Beter is meestal kapitaalsparen (en bijv.belggen in -voor zover mogelijk- eigen huis)
    Het oud we worden wordt alleen aangegeven naar verwachting vanaf geboorte.
    Voor geboortejaar 56,man, wordt 79.2 jaar aangegeven.
    De verwachte levensverachting bij ingang van het pensioen is echter maatgevend voor de hoogte van het pensioen. Vijf jaar uitstel, dus bijv ingaand met zeventig levert voor dat geboortejaar technisch ca 13 jaar te verzekeren levensjaren op, geen 9,2.

1 Reactie Omhoog ↑

Lees ook:

Nieuwe baan? Zet dan deze slimme financiële stappen

Een nieuwe baan zorgt voor een frisse start van je verdere carrière, maa... Lees verder ›