IEXGeld

Dossiers

Profiel

Zijn de goedkoopste ETF's ook de beste?

Lage kosten zijn een betere rendementsvoorspeller dan rendementen uit het verleden. Maar je hoeft je er niet blind op te staren.

ETF’s zijn de robots van de beleggingswereld. Ze denken niet na en doen netjes wat ze is opgedragen: zo goed mogelijk een beursindex volgen.

Dat is zowel de kracht van het product (goedkoop en efficiënt) als het oncharmante (fantasieloos, je zult het nooit béter doen dan de index). Dat ze goedkoop en efficiënt zijn, is voor veel beleggers afdoende reden om voor ETF’s te kiezen. Niet zonder reden: uit onderzoek blijkt dat actief beheerde fondsen veel moeite hebben om het beter te doen dan producten die een index volgen.

Veel keuze

Lage kosten zijn vaak een betere voorspeller van toekomstige prestaties dan rendementen uit het verleden. ETF’s zijn de makkelijke keuze voor wie zich niet al te veel wil bezighouden met zaken als beleggingsbeleid en de visie van de fondsmanager.

Maar dat maakt het kiezen van een ETF nog geen makkelijke opgave. Want er is behoorlijk veel keus.

Als kosten kennelijk de belangrijkste reden zijn om voor ETF’s te kiezen, zou je denken dat de hoogte van die kosten ook het belangrijkste criterium zou moeten zijn. Uiteindelijk zijn het allemaal robotjes met dezelfde opdracht, dus om het mogelijke rendement zo hoog mogelijk te laten zijn, kun je beter de goedkoopste kopen.

Daar zit iets in, maar toch is dat niet het hele verhaal. Kosten zijn één ding, maar als we bijvoorbeeld naar een zeer gangbare categorie als wereldwijde aandelen kijken, dan zijn de lopende kosten van de beschikbare ETF’s zó laag dat de verschillen vrijwel verwaarloosbaar zijn. Andere verschillen springen dan meer in het oog.

Laten we er eens vier van de goedkoopste wereldwijde aandelen-ETF’s die in Nederland verkrijgbaar zijn bij pakken:

  • iShares Core MSCI World UCITS ETF
  • SPDR MSCI World UCITS ETF
  • Think Global Equity UCITS ETF
  • X-Tracker MSCI World Index UCITS ETF

Honderdsten van procenten

De SPDR – spreek uit als het Engelse spider – is met lopende kosten van 0,12% het goedkoopst, de iShares-tracker is met 0,20% het duurst. We hebben het dus over verschillen van honderdsten van procenten.

Het rendement in het laatste jaar van al deze ETF’s lag boven de 10%. Daarbij vergeleken zijn de verschillen in kosten nauwelijks relevant.

Andere criteria

Eigenlijk hoef je bij trackers zoals deze maar op een beperkt aantal zaken te letten: welke index wordt er gevolgd en op welke manier wordt die gevolgd? Op basis hiervan wordt duidelijk dat de drie ETF’s op de MSCI World Index grotendeels vergelijkbaar zijn.

Ze volgen dezelfde index, ze bootsten die ‘geoptimaliseerd’ fysiek na (dus door daadwerkelijk de aandelen te kopen, maar de opbouw is uit overwegingen van kostenefficiëntie niet altijd volledig identiek aan de index) en ze herinvesteren het dividend dat de aandelen opleveren weer terug in de index.

De ETF van Think is de uitzondering. Die volgt een andere index en dat heeft – meer dan de kosten – zijn uitwerking op het gedrag van de ETF. De speciaal voor deze ETF ontwikkelde Global Equity Index heeft een maximale exposure (40%) per regio en weegt alle 250 aandelen in de index even zwaar mee.

Het resultaat is een licht afwijkend patroon in risico en rendement. In het laatste jaar bijvoorbeeld behaalde de Think-ETF een iets lager rendement dan de andere drie, maar daar stond een lager risico (de zogeheten volatiliteit) tegenover. Een ander onderscheid is de distributie van dividenden, die bij Think worden doorgegeven aan de belegger.

Bijzondere smaakjes

Als vuistregel kun je hanteren dat beleggen in bekende marktbrede indices, waar veel geld in omgaat, over het algemeen goedkoper is dan beleggen in bijzondere smaakjes en afwijkende strategieën. In die zin is het knap dat Think met een niet-alledaagse index de kosten toch zo laag weet te houden.

Helaas zit er nog wel een klein kostenaddertje onder het gras. De ‘lopende kosten’ die een fonds rapporteert hoeven niet per se gelijk te zijn aan de kosten die een belegger daadwerkelijk maakt.

Die werkelijke kosten zijn in feite niets anders dan het rendement van de index na een jaar, minus het rendement dat je als belegger in een ETF op die index hebt behaald.

Er zijn verschillende redenen waarom die rendementen kunnen afwijken: transactiekosten en eventuele vergoedingen voor het uitlenen van aandelen door ETF-aanbieders zijn een paar voorbeelden.

Kosten drukken niet zwaar op het rendement

Het klinkt als een simpele rekensom om die werkelijke kosten zichtbaar te maken, maar het vergt wel enig speurwerk en kennis van zaken om de exacte netto-rendementen van een index en een ETF op precies gelijke basis te kunnen achterhalen en met elkaar te kunnen vergelijken.

Bij veel verhandelde ETF’s met zeer lage kostenniveaus kun je er redelijk zeker van zijn dat je geen enorm hoge afwijkingen van de gerapporteerde kosten zult zien. Op het uiteindelijke rendement zal het geen grote impact hebben in ieder geval.

Er komt een punt waarop kosten niet langer het belangrijkste criterium hoeven te zijn bij de keuze voor een ETF.

Lees ook: Meer rendement uit je beleggingen? Volg deze 7 tips

Gerelateerde Tools

Reacties

Er is nog niet gereageerd.

Lees ook:

Beleggen voor mijn pensioen: hoe pak ik dat aan?

Wie op late leeftijd niet elk dubbeltje wil omdraaien, moet een behoorli... Lees verder ›