Ook voor ondernemers bevat het Belastingplan 2027 de nodige fiscale wijzigingen. Sommige ondernemers krijgen te maken met minder fiscale voordelen, terwijl andere maatregelen juist zijn gericht op het stimuleren van innovatie en verduurzaming. We zetten de belangrijkste maatregelen op een rij.
In dit artikel bespraken we 13 fiscale maatregelen die consumenten in hun portemonnee raken. In deze follow-up richten we ons op ondernemers. Daarbij geldt ook hier een vette disclaimer: omdat het kabinet geen meerderheid in de Tweede Kamer heeft, is nog onzeker welke plannen uiteindelijk de eindstreep halen.
[artikelid:877912|Default|20260915|IEX Nieuws|Prinsjesdag: 13 fiscale maatregelen die je portemonnee in 2027 raken|https://img.iex.nl/thumbs/t/w380/877912-Prinsjesdag-13-fiscale-maatregelen-die-je-portemonnee-in-2027-raken-0325.jpg]
1. Zelfstandigenaftrek verder omlaag
Wie door de Belastingdienst wordt aangemerkt als zelfstandig ondernemer voor de inkomstenbelasting, heeft recht op de zogeheten zelfstandigenaftrek. Daarmee mag je een bepaald bedrag van de winst aftrekken, waardoor je minder inkomstenbelasting betaalt. De afgelopen jaren is deze aftrekpost versneld afgebouwd, waardoor zelfstandigen per saldo meer belasting betalen.
In 2025 bedroeg de zelfstandigenaftrek nog €2.470. In 2026 is dat €1.200 en in 2027 wordt de aftrek verder verlaagd naar €900. Deze verdere afbouw was al eerder wettelijk vastgelegd.
2. Startersaftrek verdwijnt (bijna)
Ook de startersaftrek wordt fors beperkt. Dit is een verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers. Wie aan de voorwaarden voldoet, kan nu nog €2.123 extra van de winst aftrekken. In 2027 wordt dit bedrag drastisch verlaagd naar €10 en in 2028 wordt de regeling volledig afgeschaft.
Startende ondernemers kunnen in de eerste vijf jaar van hun ondernemerschap maximaal drie keer gebruikmaken van de startersaftrek.
Ook de willekeurige afschrijving voor starters wordt per 2028 afgeschaft. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid volgt in 2029.
Hiermee worden de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandige ondernemers verder verkleind.
3. Meewerkaftrek en stakingsaftrek worden versoberd
Ook andere aftrekposten voor ondernemers worden minder aantrekkelijk. De meewerkaftrek en stakingsaftrek worden naar verwachting vanaf 2027 eerst met 75% beperkt. Het is de bedoeling dat beide regelingen later volledig verdwijnen, met 2030 als beoogd eindjaar.
De meewerkaftrek is bedoeld voor ondernemers van wie de fiscale partner onbetaald meewerkt in het bedrijf. De stakingsaftrek geldt bij het definitief beëindigen of verkopen van een onderneming.
4. Aanmerkelijk belang: tweede schijf iets ruimer
Wie minimaal 5% van de aandelen in een bedrijf bezit, heeft een aanmerkelijk belang. Bij een winstuitkering of verkoop van aandelen is dan belasting verschuldigd in box 2.
De tarieven blijven 24,5% in de eerste schijf en 31% in de tweede schijf. Wel wordt de grens voor de tweede schijf verhoogd van €68.843 naar €69.607.
5. Vennootschapsbelasting blijft ongewijzigd
Voor bv's verandert er op het gebied van de vennootschapsbelasting niets. Het lage tarief blijft 19% over de winst tot €200.000. Over de winst boven dat bedrag blijft het tarief 25,8%.
6. Meer belastingvoordeel voor innovatie
Voor innovatieve mkb-bedrijven wordt de innovatiebox verruimd van €25.000 naar € 100.000. Dit houdt in dat ondernemers over een groter deel van hun winst uit deze innovaties een belastingvoordeel krijgen.
7. Hogere aftrek voor investeringen in energiebesparing
Ook ondernemers die investeren in verduurzaming krijgen meer fiscale ruimte. Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt in 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%.
De EIA is bedoeld om investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan HR-glas, een ledverlichtingssysteem, een warmtepomp of een energiezuinige koel- en vriesinstallatie.
Naast de reguliere afschrijving mag een ondernemer een extra bedrag van de winst aftrekken. In 2027 gaat het om 45,5% van het geïnvesteerde bedrag, tegen 40% nu.
De maatregel maakt deel uit van het pakket om de gevolgen van de energieschok op te vangen en moet bedrijven stimuleren om te investeren in energiebesparing en verduurzaming.
Daarnaast komt er €6 miljard beschikbaar aan subsidies voor bedrijven en huishoudens die willen verduurzamen, onder meer voor investeringen in hernieuwbare energie en CO2-reductie.
8. Werknemersopties aantrekkelijker voor start-ups
Start-ups en scale-ups krijgen een fiscale stimulans om werknemers met aandelenopties te belonen. De belasting op werknemersopties wordt verlaagd en de heffing wordt naar een later moment verschoven.
Daarmee wil het kabinet het voor jonge snelgroeiende bedrijven makkelijker maken om personeel aan te trekken en te belonen.
9. Onbelaste reiskostenvergoeding omhoog
Werknemers kunnen vanaf 2027 een hogere onbelaste reiskostenvergoeding krijgen. De maximale gerichte vrijstelling gaat omhoog van €0,23 naar €0,25 per kilometer.
De verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
10. Personeelskorting wordt beperkt
De belastingvrije personeelskorting voor producten uit het eigen bedrijf wordt afgeschaft. Werknemers kunnen nu onder voorwaarden tot €500 per jaar belastingvrij korting krijgen op producten van hun werkgever.
Vanaf 2027 vervalt deze specifieke vrijstelling. Werkgevers kunnen hun personeel nog wel korting geven via de vrije ruimte van de werkkostenregeling.
11. Afschaffen nulurencontracten (vanaf 2028)
Nulurencontracten worden per 1 januari 2028 afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt er een bandbreedtecontract, waarin werkgever en werknemer een minimum- en maximumaantal uren afspreken, met maximaal 30% verschil tussen beide. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is.
Jongeren, scholieren, studenten met een bijbaan en AOW-gerechtigden mogen wel op oproepbasis blijven werken.
12. Extra belasting voor werkgevers met brandstofauto
Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers een extra belastingaanslag als zij werknemers een zakelijke benzine-, diesel- of hybrideauto aanbieden die ook privé of voor woon-werkverkeer wordt gebruikt.
De werkgever betaalt jaarlijks 12% van de catalogusprijs van de auto (of van de marktwaarde bij auto's ouder dan 25 jaar). Deze belasting komt bovenop de bijtelling die de werknemer zelf betaalt en mag niet aan de werknemer worden doorberekend. Bij een auto met een cataloguswaarde van €50.000 betekent dit een extra heffing van €6.000 per jaar.
Voor auto's die al vóór 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling tot 2031.
13. Hogere bijtelling voor oude zakelijke auto (youngtimer)
Voor auto's die ouder zijn dan zestien jaar, geldt een bijtelling van 35% van de waarde van de auto in het economisch verkeer, ofwel de dagwaarde. Je hoeft dan dus niet uit te gaan van de cataloguswaarde, en dat is gunstig.
De geplande verhoging van de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling naar 25 jaar gaat niet door. Wel gaat de grens in 2027 omhoog van 16 naar 17 jaar en in 2028 naar 20 jaar.
De regeling wordt hierdoor geleidelijker afgebouwd, zodat ondernemers niet worden geconfronteerd met plotseling stijgende kosten.
[artikelid:877918|Default|20260915|IEX Nieuws|CPB: gemiddelde koopkracht daalt licht in 2027|https://img.iex.nl/thumbs/t/w380/877918-CPB-gemiddelde-koopkracht-daalt-licht-in-2027-34b7.jpg]