Actief beheerde ETF's zijn bezig aan een sterke opmars. Waren ETF's jarenlang vooral synoniem met goedkoop passief beleggen, tegenwoordig kiezen steeds meer vermogensbeheerders ervoor om ook hun actieve strategieën in een ETF-verpakking aan te bieden. Dat roept de vraag op of die actieve strategieën ook betere rendementen opleveren.
Dat de belangstelling groot is, staat buiten kijf. Volgens Barron's bedroeg het wereldwijd beheerde vermogen in actieve ETF's in mei 2026 ongeveer 2,5 biljoen dollar. Alleen al in de eerste maanden van het jaar stroomde er netto 412 miljard dollar naar deze fondsen, ongeveer twee keer zoveel als een jaar eerder. De populariteit wordt volgens de beleggingswebsite gedreven door de combinatie van de flexibiliteit van een ETF met de mogelijkheid voor een fondsmanager om af te wijken van een index.
Ook grote vermogensbeheerders zetten stevig in op deze markt. Goldman Sachs kondigde in augustus de overname aan van ETF-aanbieder Neos Investments voor maximaal 2,25 miljard dollar. Daarmee vergroot de bank haar positie in actieve ETF's aanzienlijk. Volgens Reuters beheert Neos ongeveer 30 miljard dollar en past de overname in een bredere strategie waarbij grote financiële instellingen hun aanbod van actieve ETF's uitbreiden.
Actief versus passief
Een traditionele ETF volgt een index, zoals de MSCI World of de S&P 500. Daardoor zijn de kosten doorgaans laag en weet de belegger precies welke aandelen erin zitten.
Bij een actieve ETF bepaalt een fondsmanager welke aandelen of obligaties worden gekocht en verkocht. Het doel is om beter te presteren dan de benchmark of juist risico's beter te beheersen. De ETF-structuur blijft daarbij behouden. De fondsen zijn gedurende de beursdag verhandelbaar en bieden doorgaans een hoge mate van transparantie.
Hogere kosten, hoger rendement?
Barron's wijst erop dat actieve ETF's gemiddeld een kostenratio van 0,98% hebben: bijna het dubbele van wat passieve ETF's kosten. Hogere kosten hoeven geen probleem te zijn als daar structureel betere prestaties tegenover staan, maar daarvoor is het bewijs minder overtuigend.
Historisch gezien weten veel actieve strategieën hun benchmark na aftrek van kosten niet te verslaan. Dat betekent niet dat alle actieve ETF's tegenvallen. Barron's wijst erop dat er categorieën zijn waarin actieve beheerders relatief beter presteren, zoals bepaalde midcap- en opkomende marktenstrategieën. Voor brede aandelenmarkten blijft een goedkope indextracker volgens veel onderzoekers echter lastig te verslaan.
De aantrekkingskracht zit niet alleen in mogelijk extra rendement. Actieve ETF's combineren volgens diverse analisten kenmerken die beleggers waarderen. Ze zijn eenvoudig via de beurs te verhandelen en bieden vaak meer transparantie dan traditionele beleggingsfondsen. Daarnaast maken wijzigingen in regelgeving en innovaties het voor partijen eenvoudiger om nieuwe actieve ETF's te lanceren.
Voor particuliere beleggers betekent de opkomst van actieve ETF's vooral dat de keuzemogelijkheden snel toenemen. Dat maakt vergelijken belangrijker dan ooit, zo stelt ook Morningstar. Niet iedere actieve ETF zal zijn hogere kosten terugverdienen.
Lees ook: Breder spreiden met ETF’s? Dit zijn 4 routes