Wie vermogen wil opbouwen voor later, kan extra geld inleggen voor pensioen of vrij beleggen in box 3. Maar welke keuze maak je dan? Nu de fiscale regels rond vermogen en pensioen opnieuw aan verandering onderhevig zijn, is die keuze relevanter geworden. Zeker voor zelfstandigen, ondernemers en hogere inkomens.
De verleiding van vrij beleggen is groot. Geld blijft beschikbaar en kan op elk moment worden opgenomen (mits je kiest voor liquide beleggingen) en je bepaalt zelf waarin wordt geïnvesteerd. Een wereldwijde ETF-portefeuille met obligaties, vastgoedfondsen of simpelweg een defensieve mix biedt maximale vrijheid. Maar of dit fiscaal gunstig uitpakt, is een tweede.
Wie vermogen opbouwt in box 3 betaalt belasting over het vermogen, afhankelijk van de samenstelling van spaargeld en beleggingen. Bovendien telt het opgebouwde vermogen mee in de toekomstige vermogensrendementsheffing. Voor beleggers met een substantieel vermogen kan dat voelbaar zijn.
Belastingvoordeel versus flexibiliteit
Daar staat pensioenopbouw tegenover. Extra pensioeninleg levert doorgaans direct belastingvoordeel op. De inleg is fiscaal aftrekbaar tegen een laag inkomstenbelastingtarief. Voor iemand in een hogere schijf kan dat een aanzienlijk voordeel opleveren.
De aantrekkingskracht van pensioeninleg zit daarmee in het uitstel van belasting. Er wordt nu belasting bespaard, terwijl pas bij uitkering inkomstenbelasting verschuldigd is. Vaak gebeurt dat tegen een lager tarief dan tijdens de werkzame jaren. Dat fiscale verschil kan op lange termijn flink oplopen.
Tegelijkertijd kent pensioenvermogen een belangrijke beperking, namelijk dat je geld vast staat. Anders dan bij vrij beleggen kan het niet tussentijds worden opgenomen voor bijvoorbeeld een woning of onverwachte uitgaven. Wie extra pensioen opbouwt, kiest bewust voor minder flexibiliteit.
Juist die flexibiliteit maakt vrij beleggen aantrekkelijk, vooral voor beleggers die al een redelijke pensioenbasis hebben. Een ondernemer die zijn onderneming ooit wil verkopen, iemand die eerder wil stoppen met werken of beleggers die financiële ruimte willen houden, kunnen bewust kiezen om vermogen vrij te beleggen.
In de praktijk hoeft het geen keuze tussen zwart en wit te zijn. Vermogensplanners zien vaak een combinatie ontstaan van eerst optimaal gebruikmaken van fiscale pensioenruimte, daarna aanvullend vrij beleggen. Dat voorkomt dat onbenutte fiscale voordelen blijven liggen, terwijl tegelijkertijd voldoende vrij beschikbaar vermogen wordt opgebouwd.
De afweging hangt sterk samen met je persoonlijke situatie. Voor iemand met een pensioentekort en een hoog inkomen is extra inleggen fiscaal vaak aantrekkelijk. De directe belastingaftrek kan het effectieve rendement verhogen. Voor iemand die al een stevig pensioen heeft of eerder financieel onafhankelijk wil zijn, kan vrij beleggen logischer zijn.
Ook leeftijd speelt mee. Hoe dichter de pensioendatum nadert, hoe overzichtelijker de periode wordt waarin belastinguitstel effect heeft. Jongere beleggers profiteren juist langer van het samengestelde effect van belastinguitstel binnen pensioenproducten.
Tip: kies voor beide
Daarbij verdient ook de beleggingsvrijheid aandacht. Moderne pensioenrekeningen bieden steeds meer ruimte om zelf te beleggen, bijvoorbeeld in ETF’s of obligatiefondsen. Het verschil tussen ‘pensioenbeleggen’ en ‘vrij beleggen’ zit daardoor minder in de beleggingsmogelijkheden en meer in fiscaliteit en toegankelijkheid.
De keuze om vrij te beleggen of om fiscaal aantrekkelijk voor je pensioen te beleggen hangt dus vooral af van welk geld je later beschikbaar wilt hebben. Fiscaal aantrekkelijk beleggen is interessant, maar altijd bij je geld kunnen ook.
Voor velen zal een balans tussen de twee opties goed werken. Bekijk hoe je je belastingvoordeel kunt en wilt benutten, zonder al je vermogen op slot te zetten. Want financiële vrijheid draait niet alleen om hoeveel vermogen wordt opgebouwd, maar ook om wanneer en hoe dat vermogen beschikbaar is.