Wie spaargeld of beleggingen heeft, betaalt in Nederland belasting in box 3. Tot voor kort gebeurde dat op basis van een fictief rendement (forfait). Of je nu daadwerkelijk winst had gemaakt of niet, de Belastingdienst ging ervan uit dat je een bepaald rendement behaalde — en daarover betaalde je belasting.
Maar dat systeem is aan het veranderen. Door een reeks rechtszaken en politieke druk verandert de manier waarop box 3-belasting wordt geheven ingrijpend. En dat betekent dat je als spaarder of belegger zelf in actie kunt komen om belasting terug te vragen als je werkelijke (gerealiseerd) rendement lager is dan het forfait.
Wat er is veranderd?
Tot en met belastingjaar 2022 werkte de vermogensrendementsheffing met een vast rendement dat niet per se iets te maken had met wat je echt verdiende. Wie spaarde, betaalde relatief weinig; wie belegde, juist meer; ook bij verlies.
Na klachten van spaarders en beleggers oordeelde de Hoge Raad dat dit systeem in strijd is met het eigendomsrecht. De overheid moest iets beters bedenken.
Vanaf belastingjaar 2023 gebruikt de Belastingdienst een tijdelijk systeem met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie (spaargeld, beleggingen, schulden). Zo werd uitgegaan van 0,92% rendement op spaargeld, 6,17% op beleggingen en -2,46% op schulden.
Voorbeeld: Stel dat je €200.000 aan beleggingen hebt. De fiscus rekent dan met €12.340 rendement (6,17%). Over dat bedrag betaal je 32% belasting, dus €3.949.
Maar heb je dat jaar bijvoorbeeld maar €1.500 aan dividend en rente ontvangen en niets verkocht (dus geen gerealiseerd rendement)? Dan heb je feitelijk €10.840 te veel rendement opgegeven en dus zo’n €3.500 te veel belasting betaald.
De Hoge Raad heeft in juni 2024 bepaald dat alleen werkelijk rendement mag worden belast. Dat betekent dat je recht hebt op teruggave als je minder hebt verdiend dan het forfait.
Wat telt als werkelijk rendement?
Werkelijk rendement is alle inkomsten uit vermogen die je in dat jaar echt hebt ontvangen of gerealiseerd. Denk hierbij aan rente op je spaargeld, dividend en gerealiseerde koerswinsten na aftrek van kosten. Ongerealiseerde waardestijgingen (bijvoorbeeld koerswinst op aandelen die je nog niet hebt verkocht) tellen niet mee. Je moet voor je hele vermogen kiezen voor werkelijk rendement — niet gedeeltelijk.
Let erop dat je ook bewijs achter de hand houdt van je werkelijk rendement, dus verzamel bankafschriften, dividendoverzichten en transactielijsten van je broker of bank.
Zo geef je werkelijk rendement door
De manier waarop je de box 3 aangifte doet verandert in de eerste instantie niet en de Belastingdienst berekent de aanslag nog steeds op basis van fictief rendement.
Maar je kunt nu wel achteraf aangeven wat je werkelijk hebt verdiend en zo belasting terugvragen. Tel alle rente, dividend en gerealiseerde koerswinsten op en trek de kosten af. Om eventueel te veel betaalde belasting terug te kunnen vorderen, moet je een speciaal formulier invullen: het OWR-formulier (Opgaaf Werkelijk Rendement box 3). In dit formulier geef je 5 losse bedragen door. De eerste drie bedragen zijn: het ontvangen dividend (bruto), de waarde van je portefeuille per 1 januari en de waarde op 31 december.
Heb je in het betreffende jaar extra geld gestort op je beleggingsrekening? Vul dit bedrag dan in onder “Stortingen gedurende verslagperiode”, onder punt 4 in het rapport. Tel vervolgens je onttrekkingen en kosten bij elkaar op. Het werkelijk rendement wordt automatisch berekend in het systeem.
Vanaf 2028 nieuw stelsel
De overheid werkt aan een nieuw box 3-stelsel waarin het werkelijke rendement standaard in de aangifte wordt meegenomen. De bedoeling is dat dit vanaf belastingjaar 2028 ingaat. Tot die tijd moet je zelf actie ondernemen als je te veel betaalt.
Het loont dus om even met je cijfers aan de slag te gaan. Wie weinig rendement heeft behaald, kan zo honderden of zelfs duizenden euro’s terugvragen van de fiscus.
Lees ook: 13 fiscale maatregelen die uw portemonnee in 2026 raken